- Een poging de complexe werkelijkheid van management, organisatie en (beroeps)onderwijs te duiden -

HOE?ZO!

7 feb. 2013

De valkuil van (eenzijdig) structuurdenken



In Rotterdam gaan ze het met het MBO wat anders aanpakken. Twee grote ROC’s gaan samen acht kleinere meer gespecialiseerde Colleges maken. Die zouden beter aansluiten op de markt en meer herkenbaar zijn. De acht nieuwe instituten krijgen elk een eigen bestuur. Direct na de aankondiging van dat voornemen in de pers kwamen er van ministerie tot en met de vakbond louter enthousiaste reacties los. Ik vond dat wat voorbarig en had de indruk dat vooral het sentiment hier een rol speelde. En ja, daar was hij weer, vooral “de menselijke maat” in het voorstel werd door iedereen geroemd. Ik ken niet alle precieze details en overwegingen die in de Rotterdamse situatie een rol spelen maar bij wat ik zo al voorbij zag komen wil ik toch wat kanttekeningen plaatsen.

Het eerste wat mij opvalt is dat op deze manier de concurrentie in de Rotterdamse regio wordt uitgeschakeld. Dat kan een voordeel zijn omdat hierdoor kapitaalvernietiging wordt voorkomen maar het kan ook als nadeel worden gezien omdat er een monopoliepositie ontstaat voor de instellingen. De waardering hiervan hangt waarschijnlijk af van de mate waarin men aanhanger is van het marktdenken. Het valt mij wel op dat niemand dit aspect belicht heeft en dat het zeker niet door de instellingen zelf naar voren is gebracht. In het VO speelt de onderlinge concurrentie in het algemeen wel een belangrijke rol en ik heb niet de indruk dat het nadelige effecten heeft.

Eerlijk gezegd denk ik dat die, in mijn ogen voorbarige, positieve reacties op het voornemen van de Rotterdamse ROC’s Zadkine en Albeda vooral zijn ingegeven omdat men in Nederland inmiddels de buik vol heeft van het fenomeen ROC. In een zeer recente brief van de minister van O&W constateert zij, en ik citeer:

“Dit heeft tot problemen geleid, zoals lage diplomarendementen, inefficiënte leerwegen en veel klachten van studenten en ouders over te dunne lesroosters, te weinig structuur en begeleiding. Één op de vier à vijf opleidingen bood afgelopen jaren een te mager onderwijsprogramma”.  

Jet Bussemaker
Dat zijn dus de werkelijke problemen en het ministerie van OCW was genoodzaakt om MBO-sectorbreed het kwaliteitsprogramma “Focus op vakmanschap” van de grond te trekken omdat de instellingen op eigen kracht niet in staat bleken om de problemen op te lossen. Die problemen hebben dus gewoon met de uitvoering van het primaire proces te maken. Het is voor mij de vraag of de Rotterdamse trouvaille hiervoor een oplossing biedt. Laten we die vraag dus eens verder verkennen.


Ik wil mijn tekst niet te lang maken dus laat ik eens proberen origineel te zijn. Stel nu dat het hoger onderwijs qua kwaliteit wat minder zou presteren (dat is toch voorstelbaar). Kunt u zich dan voorstellen dat de universiteiten in een bepaalde regio besluiten om zichzelf volledig op te heffen en zich vervolgens op te splitsen in een paar zelfstandig bestuurde faculteiten ? Zou iedereen dan ook Hoera en Hosanna hebben geroepen ? Laat ik u zeggen dat het tegenovergestelde eerder denkbaar is.

Ik kom hier de volgende keer nog op terug (zei hij dreigend) en groet u recht hartelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten