- Een poging de complexe werkelijkheid van management, organisatie en (beroeps)onderwijs te duiden -

HOE?ZO!

18 nov. 2012

Toys for Boys

In vorige blogafleveringen hebben we de aandacht vooral gericht op succesfactoren in onderwijsmanagement en -bestuur. Maar het is ook wel eens aardig om er vanaf de andere kant naar te kijken, namelijk wat zijn faalfactoren ? Er is wat dit betreft genoeg materiaal voorhanden als je in onderwijsland wat om je heen kijkt.



Onderwijs is mensenwerk. Wat overdreven gezegd, als je een goede leraar hebt dan heb je daarnaast niet zo heel veel meer nodig om kwalitatief goed onderwijs neer te zetten. Als u wilt weten wat een goede docent is kijk dan eens hier of hier . Bestuurders en managers in het onderwijs bleken echter soms andere prioriteiten te hebben dan professionalisering van hun docenten en vonden het soms boeiender om (op een verkeerde manier) ondernemertje te gaan spelen met belastinggeld. Dit heeft, overigens net als in de zorg, tot een aantal vervelende debacles geleid. Mede om te benadrukken dat de ongewenste gang van zaken rond mislukte investeringen in de onderwijssector niet zo heel veel verschilt van debacles die elders plaatsvinden is het interessant om eens een vergelijk te trekken met de JSF-perikelen. Ik zie de volgende overeenkomstige zaken:
·       
  • Onnodig luxe hardware met verkeerde specificaties en verkeerde aanschafargumentatie.

De JSF is een middel dat helemaal niet past bij de strategische opgave waar Nederland voor staat. Op dezelfde wijze heeft het onderwijs helemaal geen behoefte aan luxe protsgebouwen op de duurste locaties maar voldoet een “doos in de wei” ook prima, mits er een bus voor de deur stopt en er ruimte is om de scooter te parkeren. Een belangrijk argument voor de aanschaf van de JSF is de werkgelegenheid die het zou meebrengen. Over de ratio hiervan is elders genoeg gezegd en Nederland doet in andere gevallen trouwens helemaal niet aan industriepolitiek. Het doet allemaal heel sterk denken aan de argumentatie van de brave huisvader die echt vindt dat hij een zoveelste dure racefiets of I-pad nodig heeft. Toys voor de boys dus, en dat geldt ook voor onderwijsbestuurders die graag willen meedoen met de andere grote jongens en meisjes.

  • ·         Verkeerde focus
De JSF is het antwoord op de vorige oorlog. Als we door muggen belaagd worden hebben we niets aan een kanon. In het onderwijs moeten we ons concentreren op het primaire proces en de professionals die daar acteren. Facilitaire zaken zoals gebouwen en ICT zijn weliswaar niet onbelangrijk maar zeker niet primair.


  • ·         Onnodig risicovol gedrag met de portemonnee van iemand anders.
Ondernemend gedrag is goed maar elke goede ondernemer zal niet verder gaan dan “calculated risks” want anders wordt het speculeren. Met de JSF heeft Nederland zichzelf bewust in een fuik geplaatst waarbij er gaandeweg geen terugtocht meer mogelijk is. Dat wordt door voorstanders vervolgens ook als strategie en argument gebruikt “stoppen is duurder dan doorgaan”. Dat is speculeren met belastinggeld.

Op dezelfde wijze hebben onderwijsinstellingen, die als het goed is verstand van onderwijs hebben, zich op het gebied van projectontwikkeling begeven waar ze iets minder kaas van gegeten hebben. Bovendien heeft men voor niet minder dan 1,3 miljard aan leningen afgedekt met soms risicovolle derivaten. Zie hier het rapport van OCW daarover. Schoenmaker blijf bij je leest is blijkbaar een vergeten volkswijsheid.


  • ·         Regeren is vooruitzien
 

Grafiek door @HMinkema, zie ook http://wonderijs.wordpress.com/ 

Het onderwijs is  jarenlang verwend met tijdelijke extra subsidiepotjes (b.v. “innovatiebox” of “stagebox” in MBO) die jaar in jaar uit werden gebruikt om de exploitatie sluitend te krijgen. Als deze middelen vervolgens niet leiden tot efficiencywinst of strategisch voordeel (en dus extra leerlingen c.q. meer inkomsten) en na jaren gestopt worden is Leiden in last. Sterker nog, de overheid draait het inmiddels om, minder presteren (b.v. meer voortijdige schoolverlaters) leidt straks tot minder inkomsten. Als de financiële middelen grotendeels vastzitten in vastgoed of te grote en verkeerd opgebouwde personeelsformaties loop je als instelling langs de rand van de afgrond waarbij onverwachte windvlagen fataal kunnen zijn. Dat er tegenwind is opgetreden is gebleken en was ook voor een groot deel te voorzien.


  • ·         Het toezicht heeft gefaald
In de JSF-kwestie is gebleken dat de Tweede Kamer zich buiten spel heeft laten plaatsen. Toekomstig onderzoek zal wel duidelijk maken hoe de stakeholders gemanipuleerd en bewerkt zijn. In onderwijsland blijkt op dezelfde wijze dat de Besturen en Raden van Toezicht eerder een lam dan een leeuw zijn. Dat is niet verwonderlijk omdat deze raden slechts een paar keer per jaar bijeenkomen. Zelfs als er sprake is van welwillende en deskundige specialisten op deelgebieden zullen deze meestal niet opgewassen zijn tegen professionele bestuurders die elke dag met de materie bezig kunnen zijn. Bovendien zijn toezichthouders voor hun informatievoorziening volledig afhankelijk van de bestuurders die ze geacht worden te controleren. De onderwijsinspectie blijkt bovendien onvoldoende effectief te zijn. Dit leidt er toe dat “checks and balances” ontbreken en slechte bestuurder hun gang kunnen gaan totdat de “shit” de “fan” raakt en dan is het meestal te laat.

  • ·         De gevolgen zijn desastreus
Het JSF-debacle leidt er toe dat Defensie een groot deel van haar missie straks niet meer kan uitvoeren omdat een onevenredig deel van het budget wordt opgeslokt door deze molensteen. Bij onderwijsinstellingen waar het kapitaal vastzit in betonnen of menselijke formaties worden dezelfde gevolgen zichtbaar. De “collateral damage” is aanzienlijk en kan aanleiding geven tot kettingreacties. Waar destijds argumenten van groei en werkgelegenheid werden gebruikt om de investeringen te rechtvaardigen blijken de gevolgen in het tegendeel te verkeren. De JSF aankoop leidt tot extra bezuiniging en afbraak elders binnen Defensie. Datzelfde zie je bij onderwijsinstellingen die als gevolg van slecht financieel beleid (extra) moeten snijden in de reguliere exploitatie.

Zie ook deze blogaflevering: Een school is meer dan een kruidenierswinkel

N.B. deze tekst is eerder gepubliceerd in http://www.krapuul.nl/category/blog/

2 opmerkingen:

  1. Bij dit uitstekende, maar onrustbarende vertoog zij dan nog aangetekend dat onderwijsbestuurders en dito directeuren die verantwoordelijk zijn voor financieel wanbeheer persoonlijk geen enkel risico lopen. Met hun dure hobby's kunnen zij de belastingbetaler nog zoveel miljoenen afhandig maken, en zij kunnen het met de belangen van leerlingen nog zo op een akkoordje gooien - zodra de shit de fan heeft geraakt, zijn ze met een gouden handdruk vertrokken naar hun volgende bestbetaalde bestuurs- of directiefunctie. Of ze fluisteren doodleuk 'sorry' en blijven zitten. Zie hoe het de CvB-voorzitter van Amarantis verging.

    Dus waarom zouden ze er eigenlijk mee stoppen? Dat de verleiding vaak groter is dan het ethisch besef, is bij herhaling gebleken. Op het tegendeel hoeven we dus niet te rekenen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Inderdaad. Het merkwaardige feit doet zich dus voor dat er miljarden aan belastinggeld wordt bestemd voor investeringen die niet langs de 2e kamer zijn gegaan. De lumpsum kan naar eigen inzicht worden uitgegeven door een zeer klein clubje of een individuele beslisser op instellingsniveau en zolang men de salarissen betaalt e.d. blijft de kruik drijven. Dit speelt ook in de zorgsector en misschien op meer plaatsen. De checks & balances werken niet !
    Jaap Haasnoot

    BeantwoordenVerwijderen