- Een poging de complexe werkelijkheid van management, organisatie en (beroeps)onderwijs te duiden -

HOE?ZO!

18 apr. 2012

De menselijke maat ?!


De goede lezer, en dat bent u want deze blog kent alleen maar uitstekende klanten, heeft lezend tussen de regels van eerdere afleveringen al kunnen concluderen dat leiderschap dat uitsluitend gebaseerd is op macht hier niet zo gepruimd wordt. Dat is niet zozeer een ideologisch geïnspireerde geloofszaak, alhoewel het persoonlijke waardensysteem nooit uitgeschakeld is, maar is vooral een pragmatische opvatting. Het heeft meer te maken met  ervaringen over wat al dan niet werkt binnen sociale verbanden dan met een anti-autoritaire levensopvatting. Sterker nog, ik ben er van overtuigd dat zonder goed “leiderschap” een samenleving of een organisatie of wat mij betreft ook een gezin niet goed kan functioneren. En zoals ik al eerder schreef is arbeiderszelfbestuur niet mijn ding.

Als u van mij wilt horen wat goed leiderschap is dan verwijs ik graag naar de tienduizenden boeken die daar sinds Plato over geschreven zijn. Het is in ieder geval duidelijk dat goed leiderschap passend moet zijn voor de situatie en omstandigheden waarin het wordt uitgevoerd. Maar dat lost ons probleem natuurlijk niet echt op. Wat we wel kunnen doen is de context (ja, daar is ie weer) inperken tot die van organisaties of systemen met professionals, zoals het onderwijs. In het algemeen zal de stelling wel worden onderschreven dat je het in die omstandigheden meer van de intrinsieke dan van de extrinsieke motivationele factoren moet hebben. Maar wacht even, waarom zijn er dan nog mensen die vormen van prestatiebeloning propageren ? Laten we het er voorlopig even op houden dat ook wetgevers misschien niet altijd rationeel en consequent handelen.

Wetenschappelijk onderzoek in de traditie van de in de voorgaande blogaflevering naar voren gebrachte zelfdeterminatietheorie (ZDT) laat zien dat de duurzaamheid  en de transfer naar andere situaties van gedrag dat onder beloning werd gestimuleerd te wensen over laat. Personen die bijvoorbeeld verteld werd dat ze beloond zouden worden om aan een bepaalde taak te werken waren, in vergelijking met personen die geen beloning werd beloofd, minder bereid om verder te werken aan deze taak op een moment dat ze niet langer beloond werden. Ook is er onderzoek bekend waaruit bleek dat het onder druk zetten van kinderen, studenten en sporters om aan een leer- of sportactiviteit deel te nemen, er toe leidt dat ze later minder spontaan aan de activiteit verder werken dan wanneer hun autonomie gesteund werd in het werken aan de taak. En ach u kent dat gedrag ook wel uit eigen ervaring als u net buiten het bereik van de flitscamera het gaspedaal weer flink indrukt.

Autonomie is een van de drie sleutelbegrippen in de ZDT. Experimenteel onderzoek bevestigt dat straffen en belonen het gevoel van psychologische vrijheid ondermijnt. Dat neemt niet weg dat sancties en beloningen, zolang ze gehanteerd worden, gewenst gedrag uitlokken, een stelling die ook binnen de ZDT past. Een factor van belang is hierbij wel hoe de functionele betekenis van beloning wordt gezien. Naargelang de functie van beloningen er uit bestaat om gedrag te sturen c.q. te manipuleren dan wel om actoren te informeren is de ervaring anders.



Recent reageerde de HBO-raad als door een adder gebeten als reactie op de staatssecretaris Halbe Zijlstra die de touwtjes wat wil aanhalen. Ik denk dat dit erg veel te maken heeft met wat ik in het voorgaande over autonomie naar voren gebracht heb. Men behoudt graag de autonomie en wil graag op basis van vertrouwen benaderd worden. Maar het is de vraag of men dat vertrouwen in alle gevallen ook verdient. Wie schetst mijn verbazing toen ik vandaag in een clubblad van een van de onderwijsinstellingen  de volgende tekst onder de titel “Goed bestuur gaat niet vanzelf in het HBO” aantrof:

Er komen sancties voor hogescholen die zich niet aan de gezamenlijke code voor goed bestuur houden. Wellicht worden ze zelfs uit de HBO-raad gezet, zei voorzitter Thom de Graaf gisteren.
 De branchecode governance, die de hogescholen in 2006 met elkaar afspraken, wordt niet goed nageleefd. Bestuurders moeten meer doordrongen raken van het belang van de code. Die zou zelfs een wettelijke grondslag moeten krijgen. Dat staat in een vernietigende evaluatie die Thom de Graaf gisteren in ontvangst nam……’Het stemt tot nadenken', zei De Graaf, die het rapport in ontvangst nam. 'Het is goed dat er een code is. Het is niet acceptabel als een hogeschool denkt: dit is niet zo belangrijk.' Als mogelijke sancties voor hogescholen die zich stelselmatig aan de code onttrekken, denkt hij aan
naming & shaming en 'als finale sanctie royement uit de HBO-raad.” Bron: HOP

Het is op zijn minst interessant te noemen dat Thom de Graaf die zich richting de minister met hand en tand verzet tegen vormen van wat wij hier inmiddels Pavlovbeleid noemen nu uit hetzelfde vaatje als OCW gaat tappen.

Een voorlopige hypothese zou kunnen zijn dat een besturingsfilosofie die grotendeels gebaseerd is op vertrouwen, onder de juiste omstandigheden en mits goed uitgevoerd, uitstekend kan werken op de schaal van een onderwijsinstelling. Het tweede deel van die hypothese luidt dat de werking ophoudt zodra er een bepaalde schaalgrootte overschreden wordt. Marcel Wintels die zich recent heeft bezig gehouden met het Amarantis drama heeft het in dat verband wel eens over de “menselijke maat” gehad. Een interessante gedachte om in een volgende blog nader uit te pluizen en na te gaan welke factoren daarbij een rol zouden kunnen spelen. Ik hoor graag van u als u wat dit betreft een tip voor mij heeft.




2 opmerkingen:

  1. Een opmerking terzijde.
    Ik vind op deze blogs veel behartigenswaardige opmerkingen. De lijn dat een school geen bedrijf is, dat ze niet met klanten te maken heeft, is me uit het hart begrepen.
    Een opmerking terzijde. In verslagen en reportages over de coöperaties van Mondragon, waar arbeiderszelfbestuur al vele decennia bloeit, valt me steeds op dat daar wel degelijk leiderschap aanwezig is. Van verstandige leiders, die - inderdaad- het vertrouwen stimuleren. Overigens lijkt Mondragon vooralsnog veel minder door de crisis getroffen te worden dan traditionele ondernemingen. Men ondersteunt elkaar onderling. Als er een klappen oploopt, springen andere bij.
    Zo denk ik ook dat een schoolleider zich moet opstellen als een primus inter pares. Dan kan hij ook rekenen op loyaliteit.
    Dat houdt ook in dat hij niet vervalt in het vreselijke managementjargon. Dat vaak ook niet begrepen wordt. De meeste mensen die het over het smart hadden, konden in een persoonlijk gesprek de woorden niet benoemen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Huub,
    Wat je zegt over Mondragon heeft ook te maken wat ik "clubgevoel" noemde. Sociale cohesie of in jargon "social connectedness". Dat heeft heel veel of misschien alles te maken met de houding van de leiding. Dat zijn we dus met elkaar eens. Bedankt voor je reactie.

    BeantwoordenVerwijderen