- Een poging de complexe werkelijkheid van management, organisatie en (beroeps)onderwijs te duiden -

HOE?ZO!

29 feb. 2012

De competenties van de PvdA (slot) ?!


In deze aflevering over competenties op het niveau van organisaties en instellingen kijken we naar de laatste drie van de acht SHL-competenties. Vanwege de actualiteit, de lol en omdat we allemaal wel beelden hebben bij een politieke partij als de PvdA nemen we deze club als (lijdend) voorwerp. Als het bij een dergelijke organisatie lukt om iets zinnigs te doen met de invalshoek van competenties dan zal dat op een later moment ook wel lukken bij onderwijsorganisaties.

In vorige blogs hebben we geconstateerd dat er voor de PvdA verbeterpunten zijn op alle vijf tot nog toe behandelde competentiegebieden. Op het terrein van leiderschap is er behoefte aan een duidelijke, aansprekende en begrijpelijke koers die past in de traditie. Voorbeeld: een socialistische partij die geen stelling neemt als eigen vertegenwoordigers tot de categorie zakkenvullers toetreden is niet meer geloofwaardig voor de eigen achterban. Bij een politieke partij is de boodschap van het grootste belang. Dat komt omdat “een goed verhaal hebben”, dus een pakket bestaande uit idealen, visies en concrete vertalingen daarvan naar maatschappelijke oplossingen, nu net het product is dat verkocht zal moeten worden aan de kiezers. 

Daarbij komt een hoge score op de derde competentie goed van pas, het communicatie- en samenwerkingsvermogen. Geloofwaardigheid is daarbij een belangrijk beoordelingscriterium maar er zijn natuurlijk ook nog wel andere aspecten die van belang zijn. De menselijke component, en dan met name de beeldvorming via de smaakmakers en sleutelfiguren zoals de politiek leider, speelt eveneens een cruciale rol. Iemand die een verhaal vertelt dat niet bij hem past of waar hij of zij niet volledig in gelooft valt onherroepelijk door de mand. Analyse- en interpretatievermogen is natuurlijk ook van het grootste belang, met name als het er om gaat antwoorden te formuleren voor problemen in moeilijke tijden. Creativiteit en verbeeldingskracht is nodig in alle fasen vanaf productontwikkeling tot en met het uitventen van de producten. Ook een politieke partij kent al deze processen al zullen ze wat anders benoemd worden.

Laten we tenslotte eens zien of de PvdA nog te betrappen is op onvoldoende functioneren op de laatste drie instellingscompetenties. Ik wil nog wel even benadrukken dat deze oefening niet wordt uitgevoerd om de PvdA eens even lekker te dissen of te bashen. Het motief kan eerder gevonden worden in het gezegde “wie zijn kinderen lief heeft die kastijdt ze”. En zoals ik de vorige keer al opmerkte verwacht ik niet veel goeds van een situatie waar de oude politieke partijen gemarginaliseerd zijn.  Als de macht in handen komt van gesloten en weinig democratisch besef vertonende gezelschappen, die op grond van populistische slogans en spelend op de angstkaart mandaat van de kiezer verwerven, dan kunnen er vreemde dingen gebeuren. Tenslotte is ook Hitler destijds in eerste instantie op legale wijze via verkiezingen aan de macht gekomen. Maar ik kan het ook wat neutraler zeggen door te stellen dat de bestuurbaarheid en stabiliteit in het land gebaat zijn bij duurzame coalities van partijen met een stabiele achterban in het middensegment. Met dat laatste bedoel ik dat extremismen aan beide zijden van het spectrum leiden tot onevenwichtigheden op allerlei terrein.


Dit dus even ter verklaring waarom het niet verkeerd is om in een blog, waarbij normaal gesproken eerder de organisatie- en veranderkunde centraal staat dan de politicologie, eens een uitstapje te doen naar politieke organisaties. En dat ik de PvdA als voorbeeld neem is alleen maar omdat de andere oude partijen, en D66 wordt daar ook toe gerekend, eenvoudigweg wat minder aan de weg timmeren met allerlei onhandige acties. Zo vind ik het niet zo bijdehand dat straks vijf of meer kandidaten begerig om de macht gaan strijden terwijl we eerder al bij de VVD gezien hebben dat daarmee niet zoveel te winnen is. Daarmee heb ik automatisch een bruggetje geslagen naar de zesde competentie.


6.   Organisatorisch en realisatievermogen

Toegegeven moet worden dat door het democratisch gehalte van een politieke partij het altijd lastiger zal zijn een bepaalde koers aanvaard te krijgen dan in het geval van een organisatie in ander takken van sport. Alhoewel echte sportorganisaties ook lastig te besturen blijken te zijn. Net als bij politieke partijen is daar soms sprake van veel geïnvesteerde emotie. Maar er is ook vaak gedoe omdat vele betrokkenen zo’n organisatie zien als speeltuin of instrument om de eigen ambities te kunnen botvieren. Er is aanzien en macht aan deze circuits verbonden en soms ook geld en goedbetaalde banen. Verder heb je te maken met een vrijwilligersorganisatie waarbij het professionele kader in de minderheid is. Dat alles maakt het lastig om zo’n instelling te besturen als ware het een simpel bedrijf. In die zin is het misschien niet opzienbarend dat Ajax een jeugdopleiding niet op de bedoelde wijze van de grond krijgt. En op die manier is het misschien ook niet zo gek dat het personeelsbeleid van de PvdA minder professioneel is als dat van Shell. Werving en selectie van topfunctionarissen verloopt in ieder geval op een wat andere wijze. Op een rationele wijze doelen realiseren blijft dus een zwak punt bij veel politieke partijen, het is een prijs die we betalen voor het democratisch gehalte. Maar de PvdA mag zijn zegeningen tellen en zich gelukkig prijzen dat de schandalen en personele problemen bij de nieuwkomer PVV die van de PvdA behoorlijk overtreffen.

7.   Zelfsturend vermogen (wendbaarheid)

Hier gaat het om het vermogen tijdig te reageren en bij te sturen vanuit de noodzaak om afgestemd te blijven op actuele ontwikkelingen in de omgeving. We kunnen hier onderscheid maken tussen lange termijn zaken en anderzijds het kortcyclisch reageren op incidenten of acute zaken die al dan niet een ingrijpende karakter kunnen hebben. Ik vind de lange golf het meest interessant omdat het belang en de impact op termijn groter en fundamenteler is. Een incidentele  politieke uitglijder maken door een inschattingsfout kan gebeuren maar hoeft op termijn niet schadelijk te zijn. 


Ik herinner me een historisch moment in een televisiedebat na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2002. De oude politiek bleek toen onvoldoende aangesloten te zijn op de tijdgeest, het kostte Melkert zijn functie en de paarse partijen werden daarna genadeloos afgeserveerd door de kiezer. De PvdA ging van 45 naar 23 zetels en de LPF won in één keer 26 zetels. Als we ons op de PvdA concentreren dan is het sindsdien bergaf gegaan en zijn de peilingen momenteel historisch gezien op een dieptepunt. In tien jaar tijd is de partij er dus niet in geslaagd om de sympathie van de kiezer terug te winnen. Dat zal best iets te maken hebben met een onvermogen om de koers bij te stellen.

8.   Ondernemendheid en prestatiegerichtheid

Eerlijk gezegd denk ik dat de meeste partijen en dus ook de PvdA deze competentie in te sterke mate gebruiken. Alle ogen zijn voortdurend op de peilingen gericht en alle activiteiten zijn er vooral op gericht om in de publiciteit en dus in de gunst van de kiezer te komen. Dat is scorebordpolitiek en dat komt de bestuurlijke kwaliteit niet altijd ten goede maar leidt soms wel tot onnodige straatvechterij, ijdeltuiterij, windowdressing en spelbedervend gedrag om maar een paar minder gezonde aspecten van het politieke handwerk te benoemen. Teveel van het goede is dus ook niet goed.

Voorlopig ben ik nu weer even klaar met de politiek dus ik beloof u dat we het de volgende keer weer over onderwijs gerelateerde zaken zullen hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten