- Een poging de complexe werkelijkheid van management, organisatie en (beroeps)onderwijs te duiden -

HOE?ZO!

20 jan. 2012

Onderwijsprofessional gebeten hond ?!


Voordat we iets gaan beweren over de meest gewenste omgeving waarin een (onderwijs)professional het beste gedijt en waarin hij de beste prestaties kan leveren moeten we toch nog even inzoomen op de aard van het professionele beestje. In de vorige aflevering hebben we vastgesteld dat continu innoveren en in beweging blijven een essentieel kenmerk van “de” professional is. Daar hoort een leergierige of nieuwsgierige houding bij en daar moet je ook energie in stoppen: zonder tijgeren geen glorie.

Je zou deze gedachtegang trouwens ook kunnen omdraaien door jezelf af te vragen wat nu de grootste vijand van de onderwijsprofessional is. Bij deze benoem ik hier ROUTINE als volksvijand nummer één. Routine is een professional-killer om voor de hand liggende redenen. Als je op de automatische piloot gaat dan leer je niks meer en ben je dus volgens onze definitie al snel geen professional meer.

Als blogprofessional moet je natuurlijk ook blijven leren en openstaan voor je omgeving. Een vorm van informeel leren bestaat er voor mij uit dat ik regelmatig kennis neem van het televisieprogramma “Man bijt hond”.  Dat programma is het beste bewijs dat de werkelijkheid vele malen gekker en intrigerender is dan welke fictieschrijver of cabaretier u maar kan voorschotelen. De typetjes van Koefnoen zijn echt maar een zwakke afschaduwing van wat er in werkelijkheid aan kleurrijke figuren rondloopt. De leraar Duits van Wim de Bie, gepensioneerd clichémannetje,  bestaat dus echt. Maar goed dat wist u al want u had uw collega al herkend.

Terzake, wat ik u melden wilde was dat er deze week tijdens mijn professionele bijscholingsessie voor de buis weer zo’n opgebrande onderwijsprofessional voorbijkwam. Dat fenomeen begint langzamerhand een veelvoorkomend verschijnsel te worden. Ik voorspel dan ook dat de op- of afgebrande leraar Duits binnenkort weer als een soort clichémannetje in gerecyclede vorm voorbij zal komen. Ik zeg dat overigens met alle respect m.b.t. de slachtoffers als ik dat woord mag gebruiken en ik wil daarover ook helemaal niet grappig of luchthartig doen. Er is hier wel degelijk sprake van een serieus probleem waarmee ook het nodige menselijk leed samenhangt.

De interviewers in het genoemde programma zijn meestal vooral in de relationele problematiek geïnteresseerd maar deze keer vroeg men ook door naar de oorzaak van het vastlopen. Nu zijn het maar fragmentarische flitsen die je te zien krijgt maar mij is bijgebleven dat de geïnterviewde ex-onderwijzer naar voren bracht dat de hoofdoorzaak toch wel het feit was dat er ineens zoveel veranderd was in het onderwijs.

Laten we hier nu eens even op doordenken. Als mijn stelling juist is dan zou voor de echte professional een continu veranderende omgeving toch juist een walhalla moeten zijn ? Hoe kan dat dan een belasting vormen of als negatief worden gelabeld ? Nu moeten we gaan uitkijken want dit roept de vraag op waar de verantwoordelijkheid ligt, en eigenlijk bedoelt men daarmee meestal wie de schuldige is. De inmiddels bekende vraag: Is het de tent of de vent ?
Blogprofessional met burnout

Het meest gemakkelijke is degene bij wie het motortje hapert, die dus een burn-out heeft, van het etiket “loser” te voorzien. Ik vind dat geen aantrekkelijke optie omdat deze mij te gemakkelijk is. Afgebrand of opgebrand onderwijspersoneel, en zeker de niet meer geïnspireerde en niet meer geïnvolveerde docenten die op de automatische piloot hun pensioen afwachten, zijn geen incident maar eerder een volksziekte in onderwijsland. De affiniteit met de leerling of student is er meestal wel maar vraag ze eens naar hun oordeel over de organisatie waar ze werken. De antwoorden die je dan krijgt ga ik u besparen. Als we de casus uit “de onderwijsprofessional is de gebeten hond” nader beschouwen dan zouden we er dus net zo goed bij voorbaat van kunnen uitgaan dat het management de “loser” is. Men slaagt er blijkbaar niet in om hele volksstammen docenten gemotiveerd te houden. Maar ja, als ik consequent ben is dat ook weer een beetje te kort door de bocht. Alhoewel ik wel van mening ben dat dit cliché iets meer voor de hand ligt dan om bij voorbaat de schuld of oorzaak bij de medewerker te leggen.

We hebben te maken met een complexe zaak wat in ieder geval het voordeel heeft dat ik voorlopig nog vooruit kan met deze blog. Het is dus niet eenvoudig en we komen er niet uit met cliché’s of door het probleem aan een bepaalde godsdienst of politieke opvatting te koppelen. Er is sprake van een meerkoppig monster dat ons onderwijs in de greep heeft. De consequenties zijn nogal groot, op individueel niveau bij onderwijsgevenden en bij onderwijsnemers, en op macroniveau m.b.t. de toekomst van ons landje.
Laat ik me in deze blogaflevering even beperken tot routine als een van de boosdoeners. 

Onderwijs is een beetje rare business. Het wordt elke dag opnieuw gemaakt in directe interactie tussen de docent en de afnemers. Het uiteindelijke resultaat hangt van beide partijen af. Het is mensenwerk en omdat elk mens uniek is kun je niet zeggen dat de docent routinematig bezig kan zijn. Aan de andere kant is het onderwijs ook een tredmolen, elk jaar wordt weer dezelfde cyclus doorlopen. Het onderwijsmens is gewend aan steeds dezelfde cycli die van vakantieperiode tot vakantieperiode lopen. En zoals iemand laatst gekscherend zei, sommigen vinden het werken tussen de vakanties maar een vervelende onderbreking. Ik weet niet of ik inmiddels nog veel vrienden over heb maar u begrijpt mijn punt: het monster van de routine ligt hier op de loer. Daar komt bij dat lesgeven in de praktijk toch vaak solistenwerk is, althans dat men alle kansen heeft om zich zodanig te gedragen. In het algemeen is het zo dat als men te lang in een tredmolen zit er een ingesleten patroon ontstaat. Als een rivier eenmaal zijn bedding heeft uitgesleten is het niet meer zo gemakkelijk om de koers te verleggen. Te lang in een bepaalde routine zitten veroorzaakt dat we bepaalde eigenschappen of vermogens ontleren. En als er dan opeens een zwaar beroep op die vermogens wordt gedaan kunnen we wel eens buiten adem raken.


Vooralsnog beschouw ik deze redenering even als een hypothese. Ik hoor graag of ik het al dan niet goed gezien heb. Nog even dit, ik ga er dus bij voorbaat vanuit dat er geen monocausale verklaring is. Verder suggereer ik niet dat ik hiermee de vraag naar tent of vent heb beantwoord. Dat is de vraag wie er nu als eerste verantwoordelijk is voor het fris houden van onze professionele kasplantjes. Eigenlijk wilde ik mijn blog hieraan wijden maar zoals u ziet is de inleiding een beetje lang geworden. Daarover dus een volgende keer meer. Ik beloof u dat ik daarin ook een poging zal doen om het in MBO-land bekende rapport van CBE-consultants “De professionaliteit van MBO-docenten in vergelijkend perspectief” te fileren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten